U bent hier: Regelingen » Verordening hondenbelasting 2010 » 01-01-2010
Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »Verordening hondenbelasting 2010
Deze regeling is in werking getreden op 01-01-2010.
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Pijnacker-Nootdorp |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2010 |
| Citeertitel | Verordening hondenbelasting 2010 |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
|
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | financiƫn en economie |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Deze verordening vervangt de Verordening hondenbelasting 2009 met ingang van 01-01-2010. Datum ingang heffing: 01-01-2010. De Verordening hondenbelasting 2009 blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 01-01-2010 | nieuwe regeling | 17-11-2009 Telstar, 24-12-2009 |
2009.14144e |
De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
gezien het voorstel van het college van 10 november 2009;
gelet op artikel 226 van de Gemeentewet
;
besluit:
vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2010
Artikel 1 - Belastbaar feit
Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.
Artikel 2 - Belastingplicht
- 1. Belastingplichtig is de houder van een hond.
- 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
- 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
Artikel 3 - Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
- a. die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;
- b. die door de ‘Stichting Hulphond Nederland’ als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld;
- c. die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999
, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; - d. die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999
, welk inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit
; - e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.
Artikel 4 - Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Artikel 5 - Belastingtarieven
- 1. De belasting bedraagt per belastingjaar:
- - voor een eerste hond € 56,18
- - voor een tweede hond € 76,36
- - voor iedere hond boven het aantal van twee € 100,14
- 2. In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 137,93 per kennel.
- 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijk aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.
Artikel 6 - Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 - Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 - Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
- 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
- 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
- 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en het aantal honden geen wijziging ondergaat.
- 5. Belastingbedragen tot € 10,00 worden niet geheven.
- 6. Voor toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen hondenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9 - Termijnen van betaling
- 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. - 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,00 doch minder is dan € 2.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
- 3. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990
met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. - 4. De Algemene termijnenwet
is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 - Kwijtschelding
Bij de invordering van hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 - Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de hondenbelasting.
Artikel 12 - Inwerkingtreding en citeertitel
- 1. De ‘Verordening hondenbelasting 2009’ van 27 november 2008 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
- 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
- 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.
- 4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting 2010’.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2009
de plv. griffier, de voorzitter,
drs. S.G.W.M. Heerdink drs. F.H. Buddenberg
