U bent hier: Regelingen » Verordening subsidiering godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs » 01-09-2003
Sla de hoofdinhoud over en ga naar de voetregel »Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
Deze regeling is in werking getreden op 01-09-2003.
Wetstechnische informatie
Gegevens van de regeling
| Overheidsorganisatie | gemeente Pijnacker-Nootdorp |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling | Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs openbaar basisonderwijs gemeente Pijnacker-Nootdorp |
| Citeertitel | Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) |
|
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | onderwijs |
Opmerkingen m.b.t. de regeling
Deze verordening komt in de plaats van de op 1 september 1999 door de gemeenteraad van Pijnacker vastgestelde Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk onderwijs en de op 18 februari 1985 door de gemeenteraad van Nootdorp vastgestelde Verordening subsidieregeling godsdienstonderwijs.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
- Gemeentewet, art. 147
, eerste lid - Wet op het primair onderwijs, art. 50

- Wet op het primair onderwijs, art. 51

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht t/m |
Betreft | Datum ondertekening Bron bekendmaking |
Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 01-09-2003 | nieuwe regeling | 24-04-2003 Telstar, 01-05-2003 |
2003/02647 |
De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 maart 2003;
gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet
en de artikelen 50
en 51 van de Wet op het primair onderwijs
;
besluit:
vast te stellen de volgende Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs openbaar basisonderwijs gemeente Pijnacker-Nootdorp:
Artikel 1 - Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a. godsdienstonderwijs:
- het onderwijs in bijbelkennis, bijbelse geschiedenis, godsdienst- en cultuurgeschiedenis van het christendom of andere religies, gegeven door leerkrachten als bedoeld in artikel 3 van deze verordening;
- b. levensbeschouwelijk vormingsonderwijs:
- het onderwijs dat zich richt op de geestelijke en zedelijke ontwikkeling en vorming van leerlingen, gegeven door leerkrachten als bedoeld in artikel 3 van deze verordening.
Artikel 2 - Leerlingen
- 1. De leerlingen worden, op verzoek van hun ouders, voogden of verzorgers, in de gelegenheid gesteld binnen de in het schoolwerkplan vermelde tijden op de school godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen.
- 2. De ouders, voogden of verzorgers melden hun kinderen voor het volgen van dit onderwijs aan bij de directeur van de school, die deze gegevens vervolgens registreert.
Artikel 3 - Leerkrachten
- 1. Godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven door leerkrachten, daartoe aangewezen door kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken of rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die zich blijkens hun statuten het geven van godsdienstonderwijs ten doel stellen, dan wel door volledige rechtsbevoegdheid bezittende organisaties op geestelijke grondslag.
- 2. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit onderwijs berust bij de instantie bedoeld in het eerste lid.
- Deze instantie draagt er zorg voor dat het godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs op pedagogisch en didactisch verantwoorde wijze wordt gegeven.
- 3. De leerkrachten die voor dit onderwijs worden aangewezen beschikken bij voorkeur over een onderwijsbevoegdheid, alsmede over een op dit onderwijs gerichte opleiding.
- 4. De met het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs belaste leerkrachten dienen de levensovertuiging en opvatting van andersdenkenden te respecteren en niet hun eigen zienswijze als leidend te nemen.
- 5. Bedoelde leerkrachten, dan wel de desbetreffende instantie, verstrekken desgevraagd aan het college van burgemeester en wethouders of de directeur van de school alle gewenste inlichtingen, met het oog op een goede voortgang van het onderwijs in die school.
Artikel 4 - Bijdrage in de kosten
- 1. Aan de in artikel 3, eerste lid genoemde instanties kan op hun schriftelijk verzoek een bijdrage per schooljaar uit de gemeentekas worden verleend in de kosten voortvloeiend uit het geven van godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
- 2. Een verzoek tot het verlenen van een bijdrage dient vóór 1 november na afloop van elk schooljaar bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend.
- 3. Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, dient, gespecificeerd per school, vergezeld te gaan van:
- a. een inhoudelijk verslag van de gegeven lessen over het afgelopen schooljaar;
- b. naam en bevoegdheid van degenen die met het geven van dit onderwijs was belast;
- c. de groepen aan wie het onderwijs is gegeven;
- d. de dagen en uren, gedurende welke de lessen zijn gegeven;
- e. de aantallen leerlingen die de lessen hebben bijgewoond;
- f. een rekening en verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten over het afgelopen schooljaar.
- De in dit lid bedoelde gegevens dienen voor inzending door de directeur van de betreffende school, voor gezien, te worden ondertekend.
- 4. Desgewenst kan een voorschot van 50%, op de bijdrage genoemd in het eerste lid, worden verstrekt. Een verzoek om een voorschot dient voor 1 december van het lopende schooljaar bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend.
Artikel 5 - Vereisten verkrijgen bijdrage
- 1. De in artikel 4 bedoelde bijdrage wordt uitsluitend verleend in de kosten van het geven van lessen godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan de leerlingen van de groepen 6, 7 en 8 van de openbare basisscholen.
- 2. De bijdrage wordt slechts verstrekt bij een minimum deelname van 10 leerlingen per groep, dan wel een combinatie van groepen. Hierbij mogen leerlingen die wegens ziekte of om andere reden verhinderd zijn de les bij te wonen worden meegerekend, indien zij geacht worden regelmatig aan dit onderwijs deel te nemen.
- 3. Een leerling mag slechts eenmaal per week òf een les godsdienstonderwijs òf een les levensbeschouwelijk vormingsonderwijs volgen.
Artikel 6 - Bepaling hoogte bijdrage
- 1. Op basis van het verzoek in artikel 4, derde lid wordt de hoogte van de jaarlijkse bijdrage, berekend naar een wekelijks lesuur, door de gemeenteraad vastgesteld.
- 2. Het tarief per lesuur bedraagt € 16,-- en zal jaarlijks met de inflatiecorrectie worden gecorrigeerd.
- 3. De subsidie bedraagt nooit meer dan de werkelijk gemaakte kosten.
- 4. De subsidie mag noch middellijk, noch onmiddellijk aan de school zelf ten goede komen. Wordt hiermee in strijd gehandeld, dan wordt de subsidie ingetrokken.
Artikel 7 - Nadere regels
- 1. Het college van burgemeester en wethouders kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen, nadat de betrokken instanties zoals bedoeld in artikel 3 eerste lid hierover zijn gehoord.
- 2. In gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 8 - Aanhalingstitel, inwerkingtreding en intrekking
- 1. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs ”.
- 2. De verordening treedt in werking met ingang van 1 september 2003.
- 3. Met ingang van de in het tweede lid genoemde datum worden de op 1 september 1999 door de gemeenteraad van Pijnacker vastgestelde Verordening subsidiëring godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk onderwijs en de op 18 februari 1985 door de gemeenteraad van Nootdorp vastgestelde Verordening subsidieregeling godsdienstonderwijs ingetrokken.
Vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 24 april 2003.
De griffier, De voorzitter,
